Visie

Actieve burgerschapsparticipatie

Door talloze uitdagingen in onze samenleving (bv. klimaatverandering, genderongelijkheid, polarisatie...) is er een grote nood dat jonge mensen burgerschapscompetenties verwerven met oog voor democratische waarden, sociale inclusie, actief burgerschap en kritisch denken (Eurydice, 2016). Binnen onderwijs wordt dan ook steeds meer aandacht besteed aan burgerschap om kinderen en jongeren te laten uitgroeien tot burgers die niet alleen deelnemen aan de samenleving van vandaag én morgen, maar deze ook mee vorm willen geven en duurzaam veranderen (GO!, 2020; Katholiek Onderwijs Vlaanderen, 2018).

Bondig samengevat kan gesteld worden dat burgerschap gaat over een burger die zijn maatschappij kent én er actief in participeert (De Brie, 2016). Uit onderzoek blijkt dat burgerschap op school vaak nog beperkt blijft tot het eerste deel, namelijk kennisoverdracht over bijvoorbeeld democratie, terwijl het tweede deel van de bondige definiëring van burgerschap, actieve participatie, weinig aandacht krijgt (Sampermans, et al., 2017).

Actieve burgerschapsparticipatie kan samengevat worden als: Participation in civil society, community and/or political life, characterised by mutual respect and non-violence and in accordance with human rights and democracy” (Hoskins, 2006).

De focus ligt dan op interpersoonlijke competenties, zoals op een constructieve manier communiceren en samenwerken, én het oefenen van actieve deelname aan de samenleving, waarbij de school als mini-samenleving een oefenplaats vormt voor betrokkenheid, engagement, inspraak, besluitvorming, … (De Brie, 2016).

In dit project ‘burgerschap@school’ zetten we gericht in op actieve burgerschapsparticipatie in de basisschool.

Democratisch en verantwoord handelen voor ieder kind

Op vele scholen wordt aan burgerschapsparticipatie gewerkt door het oprichten van een leerlingenraad of het uitzetten van een ideeënbus. Het project ‘burgerschap@school’ wil bereiken dat elk kind actief participeert om de klas/schoolcontext vorm te geven en duurzaam te veranderen.

Actieve burgerschapsparticipatie betekent dat kinderen ervaringen opdoen met democratische waarden, democratisch handelen en sociale inclusie in de mini-samenleving die de school is. Interpersoonlijke competenties zoals het kunnen omgaan met elkaar, met elkaar kunnen communiceren, elkaars meningen kunnen respecteren, luisteren naar elkaar, … worden hierbij actief aangesproken. (ten Dam, et al., 2015) 

Uit klasobservaties (zie onderzoek) blijkt dat het project 'burgerschap@school' kinderen stimuleert tot dergelijk democratisch en verantwoord handelen. Dit uit zich bij de kinderen in:
- het openstaan voor ideeën van anderen
- het nieuwsgierig zijn naar ideeën van anderen
- het luisteren naar ideeën van anderen
- het uiten van een idee
- het ingaan op ideeën van anderen
- het tonen van verantwoordelijkheid voor de klas
- het tonen van zorgzaamheid voor anderen  

Dit wordt gerealiseerd via een didactische houvast voor leerkrachten, namelijk een methodiek die ondersteund wordt door een uitgebreid aanbod van werkvormen.

Methodiek 'burgerschap@school'

Actief burgerschap is gebaat bij ervaringen vanuit het dagelijkse leven en bij actieve leerstrategieën die de complexiteit van de maatschappij weerspiegelen (Ahrari, et al., 2014). De methodiek ‘burgerschap@school’ maakt het mogelijk om de kinderen te laten vertrekken vanuit een reële nood of uitdaging, dichtbij, binnen de eigen leefwereld, waarbij de school fungeert als mini-samenleving. 

Dit gebeurt door met de klas (of meerdere klassen) een project of activiteit uit te werken waarbij creativiteit aangewakkerd wordt en keuzes worden gemaakt. Een voorbeeld hiervan kan het uitwerken van een hoek in de klas zijn waarbij de kinderen hier zelf invulling aan geven.

Geïnspireerd door ‘design thinking’ verloopt dit aan de hand van een iteratief proces waarin divergerend denken (zoveel mogelijk ideeën creëren) afgewisseld wordt met convergerend denken (versmallen tot het beste idee).

Concreet betekent dit dat de kinderen samen met de leerkracht een uitdaging of nood in de klas- of schoolcontext aanpakken. Ze brainstormen over ideeën, verzamelen inspiratie, … om vervolgens beslissingen te nemen, keuzes te maken, …  Hierbij spelen criteria een belangrijke rol om ideeën te wikken en wegen, zoals de wenselijkheid en haalbaarheid ervan. Op die manier kunnen de kinderen ook kennismaken met duurzaamheid, waarbij zowel ‘de andere’ als ‘de planeet’ in rekening worden gebracht. 

Dit proces wordt één of meerdere keren doorlopen met het oog op een creatieve én gedragen oplossing die zo goed mogelijk tegemoet komt aan de voorliggende nood of uitdaging.  
 

Samenspraak als motor

Met behulp van de methodiek ‘burgerschap@school’ oefenen kinderen al doende om een actieve, inspirerende burger te zijn via de school als oefenplaats. Op een creatieve manier en in overleg met anderen gaan ze samen aan de slag om bijvoorbeeld een feest in de klas vorm te geven. Dit gebeurt via samenspraak tussen de kinderen onderling en tussen de kinderen en de leerkracht.

We beschouwen samenspraak als de motor van actieve participatie in de klas/schoolcontext. Dit sluit aan bij het principe van ‘agency’, waarbij kinderen hun stem kunnen laten horen, keuzes mogen maken en dit alles in verbondenheid met zichzelf en de anderen (Slaets & Stroobants, 2022).

Belang van de leerkracht

De toepassing van de methodiek ‘burgerschap@school’ vraagt van leerkrachten een open houding. Bij het begin van het project ligt nog weinig of niets vast. De kinderen krijgen veel autonomie. Je geeft als leerkracht het proces vorm dat het mogelijk maakt dat de kinderen hun ideeën delen en keuzes maken. Je nodigt de kinderen hiertoe uit, én je hebt echt oog en oor voor hun inbreng en initiatief (Slaets & Stroobants, 2022).

Dit betekent echter niet dat er sprake is van een machtsovername door de kinderen. Als leerkracht neem je een actieve begeleidende rol op zodat er sprake kan zijn van samenspraak tussen de kinderen onderling, en tussen de kinderen, jezelf en eventuele andere betrokkenen. Essentieel is ook dat je doorheen het proces erover waakt dat ieder kind tot zijn recht kan komen (Heylen & Holvoet, 2020).

Ook voor de kinderen vormt het proces bij aanvang een blinde vlek en ook doorheen het proces is het belangrijk om als leerkracht op regelmatige tijdstippen te duiden wat het opzet en doel is. Zo kennen jonge kinderen vaak hun eigen noden niet, of verwarren ze uitdagingen met oplossingen.

Werkvormen als didactische houvast

Via een rijke waaier aan werkvormen kan je als leerkracht aan de slag met de methodiek ‘burgerschap@school’. Er zijn werkvormen voorhanden om de kinderen te ondersteunen in het bedenken van ideeën, het wikken en wegen van ideeën en het kiezen van ideeën. Op die manier kunnen kinderen via een opeenvolging van werkvormen een uitdaging op school het hoofd bieden. Met behulp van de werkvormen verdiepen de kinderen zich afhankelijk van het uitgangspunt in een thema. Via een iteratief proces zoeken ze naar creatieve ideeën, gaan ze in overleg en maken samen keuzes.

Ook worden werkvormen aangeboden om samen met de kinderen te reflecteren op de resultaten en het proces dat wordt doorlopen. De methodiek stimuleert op die manier, naast een aantal interpersoonlijke competenties, ook de onderzoekende houding van de kinderen.

Methodiek 'burgerschap@school':

Criteria zijn essentieel

Doorheen de uitrol van de methodiek ‘burgerschap@school’ spelen criteria een sleutelrol. Zij zorgen ervoor dat de wet van de sterkste kan overstegen worden. Jonge kinderen ervaren nog moeilijkheden om het gehele klas- of schoolgebeuren te overzien (Heylen & Holvoet, 2020). Criteria maken het mogelijk dat de kinderen ideeën wikken en wegen, dat ze keuzes kunnen maken op inhoudelijke basis, bijvoorbeeld op basis van het thema dat centraal staat, vanuit de duurzaamheidsgedachte, … (bv. gezondheid in het geval van keuzes voor een feestmaal). Specifieke werkvormen bieden hiervoor de nodige ondersteuning (zie aan de slag).  

Op die manier kan samenspraak ten volle tot zijn recht komen als motor voor actieve participatie van alle betrokkenen binnen de klas/schoolcontext.

Concreet voor jong en oud

De werkvormen bieden een concrete houvast om als leerkracht werk te maken van actieve burgerschapsparticipatie in de klas of op school met kinderen tussen vier en twaalf jaar oud.

De werkvormen wakkeren de kinderen hun creativiteit aan, lokken sociale interactie uit, en hierbij worden de kinderen geprikkeld tot democratisch en verantwoord handelen. Opdat dit mogelijk is voor kinderen vanaf vier jaar steunen de werkvormen op het didactisch handvat ‘concreet-aanschouwelijk werken’.

De voorkeur gaat steeds naar concrete materialen en andere visuele ondersteuning bij de uitvoering van de werkvormen. Het is belangrijk dat de kinderen ook op een non-verbale manier bijvoorbeeld via tekeningen, voorwerpen, … hun ideeën kunnen delen of hun keuze kenbaar kunnen maken.  

Het streefdoel is dat het 'burgerschap@school'-proces voor ieder kind toegankelijk is. Ieder kind heeft recht op actieve participatie aan het klas/schoolgebeuren. Dit sluit aan bij Artikel 12 van het Kinderrechtenverdrag.