Team 3 (2de& 3de leerjaar) is gehuisvest op de bovenverdieping van de school. Ze hebben een gezellige klas met ook een aantal hoeken, zoals de snoezelhoek. De leerkracht en kinderen willen graag dat de snoezelhoek een duidelijkere functie krijgt, namelijk: tot rust komen. Hoe team 3 hiermee aan de slag gegaan is, lees je hier.
Wat is een snoezelhoek? Wat vinden we belangrijk in een snoezelhoek?
De leerkracht introduceert de uitdaging: vernieuwen van de snoezelhoek. Niemand is immers tevreden: de hoek ligt steeds overhoop, er wordt niet voor het materiaal gezorgd en het gaat er erg luid. Dit is niet wat verwacht wordt van een snoezelhoek… maar wat is dan wel de bedoeling?
De kinderen kennen voorlopig enkel de huidige snoezelhoek in de klas. Via een reality check aan de hand van foto’s van bestaande andere snoezelhoeken verzamelen de kinderen inspiratie. In duo bekijken ze een foto en gaan ze samen na of ze elementen op de foto groen (= leuk) of rood (= niet leuk) willen markeren. Daarna beslissen ze samen met een ander duo dat dezelfde foto besprak, wat ze in welke kleur willen markeren.
Deze eindbeslissingen stellen ze voor aan de rest van de klasgroep. Wanneer de kinderen vertellen legt de leerkracht dit vast in een mindmap op het bord. Ze legt hierbij verbanden tussen de ideeën van de verschillende groepjes. Zo komen verschillende kenmerken van een snoezelhoek op de voorgrond.
Na afloop van de klassikale bespreking maakt de leerkracht een overzicht van deze kenmerken. Dit krijgt een plaats aan de muur in de klas.
Hoe kunnen we onze zintuigen prikkelen? En welke ideeën krijgen onze voorkeur?
Tijdens een tweede moment pikken de kinderen en leerkracht de draad terug op via de kenmerken die ze eerder selecteerden voor hun snoezelhoek. Het prikkelen van de zintuigen springt hierbij in het oog. Via zintuigspelletjes onder leiding van de leerkracht krijgen de kinderen de kans om stil te staan bij hun verschillende zintuigen. Zo verkennen ze ‘horen, zien en voelen’ via serious play.
Hierna gaan de kinderen per vier aan de slag rond één bepaald zintuig. In tijdschriften, catalogi, een mand met allerlei stofjes en papiersoorten, … verzamelen ze ideeën om hun zintuig te prikkelen. Een idee wordt op een collage geplaatst wanneer de kinderen van het groepje akkoord gaan. Uit alle opgekleefde ideeën selecteren de kinderen vervolgens een top 3 aan ideeën om voor te stellen aan de klas.
Ieder groepje presenteert zijn top 3. De leerkracht noteert mee op het digitale bord. Na iedere presentatie krijgen alle kinderen 3 post-it’s voor de 3 gepresenteerde ideeën. Ze noteren op iedere post-it een idee en plaatsen de post-it's vervolgens in de koeltas (= laat me koud) of in de speelgoedoven (= word ik warm van). Zo maken ze anoniem een keuze.
Als slot worden die dag de post-it’s met dezelfde ideeën uit de oven boven elkaar gekleefd, zodat staafgrafiekjes ontstaan. Zo worden de topideeën van de klasgroep zichtbaar. De leerkracht digitaliseert na afloop de staafgrafiekjes in Excel voor de volgende keer.
Foto's:
Kinderen verkennen het zintuig 'horen' met het oog op het verzamelen van inspiratie
Kinderen kiezen of een idee hen koud laat of net aanspreekt
We hebben nog teveel ideeën… we moeten wikken en wegen!
Tijdens een derde moment start de leerkracht met een korte inleiding waarin ze duidt dat die dag de ideeën zullen gekozen worden die daadwerkelijk uitgewerkt zullen worden. Ze projecteert de staafgrafiekjes van de topideeën uit de oven en vertelt hierbij dat dit nog een te groot aantal ideeën zijn. Ze verduidelijkt dat een eerste selectie gebeurt op basis van ‘het samen kiezen’, wat betekent dat de minst gekozen ideeën geschrapt worden.
Voor een tweede selectie introduceert de leerkracht twee criteria. Ze overloopt ieder idee in het staafdiagram en vraagt de kinderen daarbij telkens na te denken over twee vragen:
- Is het idee passend voor een snoezelhoek?
- Kan het idee kosteloos gerealiseerd worden?
Per idee maken de kinderen hun mening duidelijk via een rood of groen potlood op basis van de vooropgestelde criteria (groen = scoort goed op de criteria; rood = scoort niet goed op de criteria). Dit wikken en wegen gebruikt de leerkracht om in gesprek te gaan met de kinderen over de ideeën. Uiteindelijk worden vijf ideeën weerhouden: voelzakken, ballenbad, stressballen (+ plasticine), zachte kussens en knuffels.
Het is zover... we moeten onze ideeën concreet maken!
Dezelfde dag worden de kinderen nog verdeeld in twee groepen. Iedere groep brainstormt onder leiding van een leerkracht over de uitwerking van de vijf geselecteerde oplossingen. Opdat de kinderen hun ideeën wikken en wegen worden drie smurfen aan hen voorgesteld:
- Natuursmurf daagt kinderen uit tot het nadenken vanuit het idee van ‘de piraminder’: Kunnen we de oplossing lenen?, Kunnen we ze zelf maken?, Welke materialen kiezen we dan?, …
- Knutselsmurf laat de kinderen nadenken over de haalbaarheid van de realisatie van de oplossing: Welke stappen moeten ze zetten?, Hoeveel tijd is er?, Welke materialen zijn nodig?, ...
- Brilsmurf helpt de kinderen om kritisch te kijken naar een gekozen oplossing: Is dit wat we willen?, Zijn er dingen die we nog vergeten?, Is dit wel een origineel idee?, …
De leerkracht noteert de ideeën van de kinderen per oplossing in een mindmap. Hierbij worden de oplossingen ook in verband gebracht met elkaar. Zo ontstaat een werkplan.
Even stilstaan om dan weer verder te gaan met de realisatie van de vernieuwde snoezelhoek
Er vindt nog een reflectiemoment plaats: op het bord worden verschillende smileys bevestigd, de kinderen plaatsen hun symbooltje bij de best passende smiley op basis van de vragen:
- Hoe ervaar je het project over de snoezelhoek tot nu toe?
- Hoeveel zin heb je om de oplossingen uit te werken?
De leerkracht vraagt om verduidelijking aan de kinderen in verband met hun keuze voor een bepaalde smiley. Hieruit blijkt dat heel wat kinderen enthousiast zijn over het zelf mogen aanbrengen van ideeën en deze zelf mogen uitwerken. Andere kinderen blijken het toch moeilijk te hebben met het loslaten van ideeën die niet weerhouden worden. De leerkracht benadrukt hierbij nog eens het belang van ‘samen kiezen’. Ze verwijst naar het idee van samenspraak: het gaat om wat jezelf vindt, maar ook de anderen, de leerkracht, waarbij ook criteria in rekening moeten worden gebracht.
De volgende momenten gaan de kinderen aan de slag met hun creaties voor de vernieuwing van de snoezelhoek.